Navigation

Montage van de gevelbekleding

 

Gevelbekleding is een belangrijk onderdeel van een gebouw, omdat het niet alleen het uiterlijk bepaalt, maar ook de achterconstructie beschermt tegen weersinvloeden. Deze informatie helpt bij het maken van de juiste keuzes in 4 stappen:

  1. Selecteren van materialen
  2. Installatie van het regelwerk
  3. Montage van de gevelbekleding
  4. Afwerking & onderhoud

 

Gebruik roestvrijstalen ringnagels of schroeven met een lenskop of bolkop om de geprofileerde houten delen op de regels te bevestigen. Nagels en schroeven van andere metalen kunnen zwarte strepen veroorzaken, dus vermijd deze. Gebruik geen nietjes of T-nagels. Zorg ervoor dat de koppen van de nagels of schroeven op het oppervlak van het houten deel blijven liggen om beschadiging en vervuiling van het hout te voorkomen. De details zijn van essentieel belang voor een duurzaam en mooi resultaat. Zie hierna voor aanbevelingen en voorbeelddetails.

 

Om de isolerende werking niet te belemmeren, is het belangrijk om kieren tussen de isolatieplaten en tussen deze platen en de aansluitende constructies te vermijden. Bij een houten binnenspouwblad zit de isolatie al in het element en kan het regelwerk meteen worden aangebracht. Zorg ervoor dat de isolatie nauwkeurig wordt gemeten, afgesneden en zo nodig bij de hoeken wordt dichtgebonden om kieren zo veel mogelijk te voorkomen.

 

Om kopscheuren te voorkomen, bevestig de delen aan de uiteinden van de profielen met één nagel of schroef per steunpunt, op minimaal 50 mm afstand van het einde. Bij kleinere eindafstanden, gemodificeerd hout en hardere houtsoorten is het raadzaam om de gaten voor te boren. Bij tussensteunpunten gebruikt u bij voorkeur één of bij profielbreedtes groter dan 120 mm, twee bevestigingsmiddelen per regel. Houd een minimale afstand van 15 mm tot de randen aan.

 

 

 

 
Bevestig de delen aan de uiteinden met één ringnagel met bolle kop of schroef (lenskop of bolkop).

 

  1. Bevestig de geprofileerde houten delen aan de uiteinden met één roestvaststalen ringnagel of schroef (lenskop of bolkop) per steunpunt op minimaal 50 mm uit het einde om kopscheuren te voorkomen. Bij kleinere eindafstanden, gemodificeerd hout en hardere houtsoorten is het aanbevolen om de gaten voor te boren. Bij tussensteunpunten wordt bij voorkeur één of twee bevestigingsmiddelen per regel toegepast, afstand tot de randen minimaal 15 mm.
  2. Houd rekening met eventueel zwellen van de delen en breng deze daarom met een speling van 3-4 mm in de breedte aan.
  3. Laat bij aansluitingen met andere constructieonderdelen en tussen gevelbekledingsprofielen circa 7-10 mm ruimte vrij.
  4. Houd bij de beëindiging aan de onderzijde van de gevelbekleding een afstand van minimaal 200 mm, maar liever 300 mm tussen het hout en het maaiveld om opspattend vocht en vuil te voorkomen. Bij harde, vlakke afwerkingen kan vocht en vuil zelfs hoger opspatten. Het gebruik van een grindkoffer wordt daarom aanbevolen. Indien gewenst kunnen onder de 300-500 mm extra duurzame delen worden toegepast die bovendien gemakkelijk te vervangen zijn.
  5. Voorkom inwatering in de kops hout van verticaal aangebrachte gevelbekledingsprofielen door het toepassen van een houtsealer, afschuining of een Z-profiel. Houd bij het toepassen van afdekprofielen rekening met de benodigde ventilatieruimte.
  6. Maak de onderste regel of kopse kanten aan de onderzijde afschuinen naar binnen toe, zodat er een afdruiprand ontstaat.
  7. Schuin de profielen af bij ontmoetingen van verticaal aangebrachte gevelbekleding, waardoor er een afdruiprand ontstaat. Houd bij ontmoetingen tussen profielen een ruimte van circa 7-10 mm vrij.

 

   

Maatvoering van bevestigingspunten

 

Altijd minimaal 7-10 mm ruimte vrijhouden tussen de delen.

 

Laat tussen hout en maaiveld bij voorkeur meer dan 300 mm afstand. Bij voldoende afstand tussen hout en maaiveld blijft het hout vrij van opspattend vocht en vuil.

 

Voorbeeld details voor buitenhoeken

 

Voorbeeld details voor binnenhoeken

Lees meer